In het achterhuis van Harpel liep alles wel goed af.
n het achterhuis van Harpel liep alles wel goed af.
EEnkele jaren geleden ontving Harm Wenning (op foto in het midden) de echtgenote (rechts) en de kinderen van de inmiddels overleden Alex. Hij liet hen de boerderij zien waar hun man en vader bijna driejaar zat ondergedoken. Foto’s: Archief familie Wenning |
Marcus en Tinie Wenning: de boer en boerin uit Harpel die de joodse familie Meijer hielpen.
Vandaag is het zestig jaar geleden dat het dagboek van Anne Frank verscheen. Het beroemde verhaal over het achterhuis. Er waren meer achterhuizen. In de buurtschap Harpel bijvoorbeeld. Daar zaten in de boerderij van de familie Wenning drie jaar lang vijf joden. Vijf mensen die vaak in spanning zaten maar, in tegenstelling tot Anne, overleefden.
Door Marcel Looden
HARPEL/VLAGTWEDDE Harm Wenning was een jongen van twaalf toen er plotsklaps vreemde mensen in de boerderij van zijn vader Marcus en moeder Tinie kwamen te wonen. “In augustus 1942 was dat”, weet de nu 77-jarige Wenning.
Vader en moeder Meijer en hun kinderen Alex, Lidy en Gerda. Zo heetten de gasten. Een joods gezin uit Musselkanaal. Meijer was veehandelaar en had zo een goede band met boer Wenning opgebouwd. Toen hij en zijn familieleden opgepakt dreigden te worden, klopte hij dan ook aan in Harpel.
“Ze kregen een plekje in de slaapkamer aan de voorkant van de boerderij”, vertelt Wenning. “Het werd zo erg druk bij ons. Mijn vader en moeder hadden ook zes kinderen. We kregen te horen wat er aan de hand was en dat we niks mochten zeggen.”
Bijna drie jaar was die betrekkelijk kleine slaapkamer de verblijfplek van de Meijers. “Overdag waren ze daar, mijn moeder bracht hen eten. ’s Avonds gingen ze soms wel naar buiten, wat wandelen in het veld. Soms zaten ze ook op zolder, daar hadden ze wat meer ruimte. Ik speelde ook wel met de drie kinderen, die waren iets ouder.”
Geen NSB’er of mof viel hen ooit lastig maar er was wel altijd de dreiging. Eens leek die heel groot te zijn. “De ondergrondse waarschuwde toen dat de Duitsers ons in de gaten hadden. Onze joden moesten weg, naar Jipsinghuizen. In de nacht zijn ze daar naar toe gegaan, naar een ander adres. Na een tijdje kwamen ze terug.”
De vreugde op de dag van de bevrijding was groot maar niet uitbundig. “Ze waren eerst bang en durfden nog niet naar buiten. Ze konden ook niet direct terug naar Musselkanaal want hun huis werd door anderen bewoond. Maar uiteindelijk kwam het allemaal goed.”
Het contact tussen de Meijers en de Wennings bleef na de oorlog bestaan. Ook na de dood van pa en moe Meijer en van Marcus en Tinie Wenning, die twee zo dappere mensen uit Harpel. “En hebben nog altijd contact vertelt Harm Wenning, die nu in Vlagtwedde woont. “Twee jaar geleden is er nog een soort reünie geweest. Alex leeft trouwens niet meer, zijn zusters wel.”

Marcus en Tinie Wenning: de boer en boerin uit Harpel die de joodse familie Meijer hielpen.
E